Biles werkt zich als beste naar de finale

De meerkamp werd een overwinning zoals velen al hadden verwacht voor Simone Biles. Maar het ging niet vanzelf deze keer. De kleine Amerikaanse moest flink aan de bak in Tokio en bouwde een pontentotaal op van 57.731. De grootste verrassing was wel de Braziliaanse Rebeca Andrade; ze eindigde met 57.399 slechts op iets meer dan 0.3 achter het Amerikaanse turnfenomeen. Teamgenoot van Biles, Sunisa Lee werd derde met een totaal van 57.166. En daarmee bleef ze de Russische Melnikova nipt voor (57.132). Dit belooft wat voor de finale van de meerkamp.

De Braziliaanse Andrade scoorde opmerkelijk hoog op sprong (15.400). Toch een typisch onderdeel voor Biles (14.966). Er moet worden bij gezegd dat Biles na haar landing op sprong ook wel de nodige stappen moest zetten om een val te voorkomen. Noemenswaardig is verder de prestatie van Nina Derwael. De Belgische turnde in een prima wedstrijd naar de 7e plaats (56.598). Bovendien gaf ze haar visitekaartje af voor de toestelfinale brug ongelijk. Op balk waren trouwens de Chinese dames ‘heer en meester’. Na afloop van de kwalificatiewedstrijd stonden er 5(!) Chinese turnsters in de top elf op dit toestel. Waarbij Chenchen Guan met afstand naar de finales gaat (14.933) en de nummer twee Xijing Tang volgt met 14.333.

Nederlandse team

Vorig jaar verduidelijkte toenmalig bondscoach Gerben Wiersma al dat de Nederlandse dames niet naar de Olympische Spelen gingen voor het allerbeste teamresultaat, maar dat de focus lag op mogelijke toestelfinales en -medailles. De gedachte er achter is dat het behalen van een teamfinale wellicht mogelijk is, maar de kans om met een team aanspraak te maken op een medaille wordt schier onmogelijk geacht. Met die kanshebbers voor een toestelfinale zou dan het best mogelijke team worden geformeerd. Of dat uitgangspunt ook dit jaar nog aan de samenstelling ten grondslag heeft gelegen is de vraag. Het feit is dat die missie niet is geslaagd. De Nederlandse dames hebben zich niet direct voor een toestelfinale kunnen plaatsen. Bovendien hebben de dames zich niet weten te plaatsen voor de teamfinale. Ze eindigden als team als 11e en lieten hiermee alleen Spanje achter zich. België daarentegen werd verrassend vijfde.

Reserves

Op de 32e plaats vinden we de eerste Nederlandse turnster, Lieke Wevers. Lieke liet zien waarom ze in Tokio in actie kwam voor het Oranjeteam. Net zoals tijdens de kwalificaties in eigen land turnde ze geconcentreerd. Strak en technisch in mooie lijnen. Op vloer had ze wellicht gehoopt op een iets hogere waardering (12.866). Maar het bracht haar een totaal van 53.365. En dat ligt in lijn met haar score uit de kwalificatiemomenten. 

Niet ver achter Lieke Wevers eindigde Eythora Thorsdottir (36e). Lieke werd hiermee in de opgeschoonde lijst 1e reserve en Eythora 2e reserve. Vera van Pol turnde niet haar beste wedstrijd in Tokio. Waar ze in Nederland heel stabiel presteerde, was dit in Tokio helaas niet het geval. Met een totaal van 51.733 eindigde ze 47e

Sanne wevers

Vierde lid van het team was Olympisch kampioene Sanne Wevers. Haar deelname in het team was duidelijk gebaseerd op een mogelijk finaleplaats op het onderdeel balk. Haar bijdrage aan het teamresultaat liet door haar mindere brugoefening te wensen over. Kijken we dan naar de kwalificatie voor de balkfinale, dan kunnen we niet anders concluderen dan dat Sanne een prima oefening turnde, maar dat andere turnsters nog beter waren. Wevers werd in de kwalificatie voor de balkfinale 14e met een score 13.866 waar een 14.000 nodig bleek te zijn. 

Na een wat stroef begin waar ze een combinatie miste turnde ze – op een wiebel in een van haar pirouettes na – een prima oefening. Deze foutjes scheelden haar wel 0.3 tot 0.5 in haar D-score. En dat was in deze kwalificatie te veel. Er moet in Tokio de komende dagen een mirakel plaatsvinden wil Wevers – als 3e reserve –  nog in actie komen in die balkfinale. Het ziet er eerder naar uit dat ze met opgeheven hoofd afscheid moet nemen van haar titel.

Turnverhalen teruglezen? Selecteer ze hier.